Toezicht & Wetenschap — Wisselwerking en stand van zaken

Woensdag 22 juni, 09.20 - 10.10 uur

Toezicht en het burgerperspectief

Kan de burger zich door de toezichthouders beschermd voelen?

Door mr. Arthur Docters van Leeuwen (senior research fellow bij NSOB)
 
Mr. A.W.H. (Arthur) Docters van Leeuwen is werkzaam als Senior Research Fellow bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB), sinds december 2007. In november 2008 is hij benoemd als commissaris bij Aegon namens de overheid. Ook voert hij verschillende evaluaties uit, o.a. naar het toezicht op advocaten. Sinds de oprichting in 2007 tot 1 mei 2009 voorzitter van het Bestuur van Holland Financial Centre. Van september 1999 tot oktober 2007 was Arthur Docters van Leeuwen voorzitter van het bestuur van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Daarnaast was hij gedurende de periode van 2001 tot februari 2007 voorzitter van het internationale samenwerkingsverband van financiële toezichthouders CESR (The Committee of European Securities Regulators).Van 1995 tot 1998 was Docters van Leeuwen voorzitter van het College van Procureurs-Generaal, en van 1988 tot 1995 was hij hoofd van de Binnenlandse Veiligheids Dienst.


De vraag is: “Van wie is het toezicht eigenlijk?” Van de Staat? Van marktpartijen? Van de beroepsgroep? Van de burgers?

Vooral met de STE (de Stichting Toezicht Effectenverkeer) en daarna de AFM (de Autoriteit Financiële Markten) ben ik veel modaliteiten van publiek eigenaarschap tegen gekomen. De STE begon in 1989 als een klein clubje, dat toezicht hield op het toezicht dat de Vereniging voor de Effectenhandel (de Beurs) op zijn leden uitoefende. Had het publiek daar iets aan? Niet direct, toezicht op de kwaliteit van de effectenhandel is nodig en nuttig, maar in een tijd waarin burgers zelf nog niet de weg naar de effectenhandel hadden gevonden, ging deze schone taak naar ik vrees, geheel aan het publiek voorbij.

En ik denk dat het vaak zo is, veel toezichthouders doen hun werk in het half verborgene, toezicht op de kwaliteit van allerlei soorten water, van medicijnen, het jodiumgehalte in zout, kernenergie, noem maar op. Ik vermoed dat die halve verborgenheid ons, om maar eens een term uit de Frankfurter Schule te lenen, tot een ‘vals bewustzijn’ heeft gebracht.

We geloven immers dat alles geregeld is wat voor ons van belang kan zijn, dat iemand of iets toeziet op die regels en dat er een valnet is voor diegenen die desondanks getroffen worden. Dat het op veel plaatsen in de wereld gevaarlijk is, dat je ongeneeslijk ziek kunt worden en dat dit ook zo is in de financiële wereld, dat kunnen we eigenlijk niet geloven.

Als het dan toch zo blijkt te zijn is de reflex ‘meer toezicht’, en niet: ‘hoe beschermen wij ons in redelijke mate tegen gevaar’, door water te koken, malariapillen in te nemen, en door zeker geen financiële producten te kopen die je niet van a tot z begrijpt.

Aan de andere kant staat het schijnwerpertoezicht. De AFM en zeker de Nederlandse bank zijn min of meer nolens volens in het schijnsel van de publicitaire zoeklichten terechtgekomen. Beide worden nu geclaimd door het publiek.

Maar ik denk dat het bijna nooit zo is dat toezichthouders aan dit soort claims zouden moeten of kunnen voldoen. Toezichthouders zijn namelijk veelal een collectieve voorziening en die vallen bijna altijd maar zeer beperkt samen met individuele belangen. Wie heeft er direct belang bij een dijk? Of bij het leger?

Ook hier spanning dus, tussen direct burgerlijk belang en het algemeen belang. Daar gaan we eens het vergrootglas boven houden.

Klik hier voor de gehele speech van mr. Arthur Docters van Leeuwen.