Toezicht & Wetenschap — Wisselwerking en stand van zaken

Abstracts

Thema 7 - De internationale vervlechting van het toezicht: de rol van Europese agentschappen en andere internationale instituties
Sessieleiders: prof. mr. dr. Annetje Ottow (Universiteit Utrecht, OPTA) en dr. Kutsal Yesilkagit (Universiteit Utrecht)
Woensdag 22 juni 2011, 10.30 - 13.00 uur

 


Wil, werkelijkheid of retoriek? Grensoverschrijdend handhaven binnen de sociale zekerheid

Drs. Miranda Vermeulen (UWV)
Thema nummer: 7. De internationale vervlechting van het toezicht: de rol van Europese agentschappen en andere internationale instituties


Samenvatting

Onderwerp en vraagstelling
Toezicht / handhaving van de wetten binnen de sociale zekerheid is al jaren een belangrijk thema binnen Nederland. Met de komst van de Wet Beperking Export Uitkeringen (BEU) in 2000 is dit een internationaal thema geworden. Nederland exporteert alleen sociale zekerheidsuitkeringen binnen de EU en naar landen waar handhavingsafspraken mee zijn gemaakt. Om ook de handhaving binnen de EU goed vorm te geven is aan de uitvoerende instanties (UWV en SVB) gevraagd nadrukkelijk aandacht te geven aan de controle op de binnen de EU geëxporteerde uitkeringen.

Tijdens de themasessie zal uiteraard worden ingegaan op de ervaringen en de resultaten van deze controlemiddelen. Voor de themasessie is het echter ook de vraag relevant of de sociale zekerheid de Europeanisering van het toezicht herkent of dat juist moet worden gesteld dat de Europeanisering ontbreekt.

Methoden en technieken
In de themasessie zal worden verteld op welke wijze UWV vormt geeft aan de handhaving en controle op de export van WAO-uitkeringen buiten Nederland. Middelen die worden ingezet zijn:

- informatieverstrekking
- jaarlijkse informatieuitvraag
- huisbezoeken
- telefonische controles
- datamatching

Resultaten en discussie

In het begin van deze eeuw was Nederland met de aandacht voor internationale handhaving een uitzondering; grensoverschrijdende fraude was geen thema in ander landen. Deze houding is in een aantal landen aan het veranderen (VK, Scandinavie, Belgie). Maar woorden en daden kunnen ver uiteen liggen wanneer concrete samenwerking aan de orde komt. Bijvoorbeeld:

  • data uitwisselen tussen sociale zekerheidsinstanties en/of fiscale autoriteiten - de belangrijkste bron voor goede informatie - is veelal juridisch (bijvoorbeeld privacy of discriminatoire aspecten), technologisch (systeemtechnisch of beveiligingstechnisch) of praktisch niet haalbaar (de gegevens zijn niet centraal beschikbaar).
  • grensoverschrijdende inspecties of samenwerkingsvormen over de grens tussen inspecties stuiten op juridische en praktische bezwaren

De recent herziene Europese Sociale ZekerheidsVerordening 883/2004 heeft aandacht voor de sociale zekerheidsrechten die samenhangen met Europese mobiliteit. Maar tegelijkertijd ontbrak het lange tijd in Brussel aan aandacht om het eventuele misbruik van deze Europese mobiliteit aan te pakken. 

De laatste twee jaar lijkt sprake te zijn van een lichte kentering en herkent ook Brussel de noodzaak van handhaving. De uitdaging die er nu ligt is om de goede balans te vinden tussen de wens van veel landen om niet teveel Brusselse bemoeienis te krijgen met de nationale stelsels van sociale zekerheid en de noodzaak van samenwerking tussen nationale instanties om grensoverschrijdend goed te kunnen handhaven.
 


Terug naar boven


ICT-architecturen voor nieuwe vormen van grensoverschrijdend toezicht

Dr. ir. Marijn Janssen (TU Delft)
Thema nummer: 7. De internationale vervlechting van het toezicht: de rol van Europese agentschappen en andere internationale instituties



Samenvatting


Door de ontwikkelingen in informatie- en communicatietechnologie (ICT) werken overheden in alle landen en bedrijven steeds meer samen in netwerken welke gekenmerkt worden waar horizontale relaties gebaseerd op wederzijds vertrouwen. Het uitgangspunt van het werken in netwerken zijn publieke en maatschappelijke waarden zoals privacy, wederzijds vertrouwen en een reductie van de administratieve lasten van overheden en bedrijven. Veel ICT-architecturen voor toezicht zijn echter nog geënt op het éénzijdig uitwisselen van informatie op basis van wantrouwen en lopen uit de pas met het samenwerken in netwerken.

Bedrijven en overheden wisselen steeds meer informatie uit op elektronische wijze. Er ontstaan informatieketens van private en publieke partijen waarbij allerlei verschillende soorten en type informatie uitgewisseld wordt. Traditioneel sturen bedrijven periodiek informatie naar overheden om te laten zien dat ze voldoen aan wet- en regelgeving. De huidige ICT-architecturen richten zich met name op het verkrijgen van informatie door overheden. Nieuwe ICT-architecturen voor toezicht hangen af van de mate van het vertrouwen tussen de partijen. Simpel gesteld; bij het hebben van meer vertrouwen in elkaar is het minder nodig om elkaar te controleren. Vaak worden ICT-architecturen op basis van wantrouwen vertaald naar het regelmatig verkrijgen van veel informatie (gecombineerd met fysieke inspecties). ICT-architecturen op basis van vertrouwen nemen veelal aan dat bedrijven zelf zorgdragen voor ingebakken controles. Bij dit soort architecturen is het niet meer noodzakelijk om informatie van bedrijven naar overheden te sturen (informatie push). Een ander manier is om informatie op te halen wanneer het nodig is (informatie pull). Het informatieontkoppelpunt kan natuurlijk ook tussen deze twee extremen liggen.

Vertrouwen moet verdiend worden. Het verdienen van vertrouwen vereist dat bedrijven hun zaken zelf op orde hebben. Als dit aantoonbaar is dan kan op andere wijze van toezicht overgegaan worden. Een voorbeeld hiervan is het Europees model van de Authorized Economic Operator (AEO) wat inhoudt dat bedrijven een certificaat krijgen als ze het vertrouwen ‘verdiend’ hebben.  Het voordeel voor het bedrijf van zo’n certificaat is dat er minder inspecties zullen zijn en dat er minder administratieve hobbels zijn wat leidt tot een daling van de administratieve lasten. Het vertrouwen wordt verdiend doordat bedrijven kunnen laten zien dat ze hun informatiesystemen en processen dusdanig georganiseerd hebben dat ze in control zijn. Dit vereist dat de bedrijven zelf controls in hun informatiesystemen inbouwen en voorkomen dat misbruik mogelijk is. Dit alles valt onder de noemer van ‘compliance by design’, het dusdanig ontwerpen en inrichten van de informatievoorziening in ketens, zodat wet- en regelgeving automatisch nageleefd wordt.

De informatie-uitwisseling tussen partijen leidt tot het beschikbaar komen van gigantische hoeveelheden aan informatie. Het analyseren van deze informatie kan leiden tot nieuwe patronen en het identificeren van risico’s en behoefte aan toezicht. Dit verreist dat informatie vergaard door verschillende overheidspartijen bij elkaar gebracht worden.  Dit vereist ICT-architecturen waarmee deze informatie bij elkaar gebracht kan worden, zonder de privacy of andere maatschappelijke waarden te schaden.

Alhoewel de technologie nieuwe vormen van toezicht mogelijk maakt, zijn er vele valkuilen. De basis van toezicht is informatiekwaliteit, zonder correct en volledige informatie is geen elektronisch toezicht op basis van vertrouwen mogelijk. Partijen en informatiesystemen moeten elkaar verstaan en dezelfde vocabulaire gebruiken wat begrippen harmonisatie en taxonomieën vereist. Binnen Europa zijn er verschillende standaarden en richtlijnen wat het ICT landschap fragmenteert. Hiernaast speelt systeemkwaliteit een rol, bijvoorbeeld beveiliging en autorisatie op ketenniveau is nodig. Ook is een ICT-infrastructuur nodig welke het mogelijk maak om de informatie op een efficiënte en effectieve manier met elkaar te delen. Dit leidt tot de ontwikkeling van nieuwe ICT- architecturen welke op hun bijdrage aan maatschappelijk en publieke waarden geëvalueerd dienen te worden.


Terug naar boven