Toezicht & Wetenschap — Wisselwerking en stand van zaken

Publiek toezicht in het nauw. Reflecties op de grenzen van toezicht

Dr. ir. Bauke Steenhuisen (TU Delft)

Dit stuk dient als startpunt voor de plenaire paneldiscussie ‘Wat leren we van toezicht?’ georganiseerd door Vereniging Bestuurskunde en Next Generation Infrastructures.

Meer verontwaardiging over falend toezicht; Meer bezuinigingen op toezichthouders dan ooit; Een steeds ingewikkeldere wereld met risico’s die om steeds meer en deskundiger toezicht vragen, denk aan hoogtechnologische en internationale infrastructuursectoren. Deze ontwikkelingen roepen de vraag op wat de maatschappelijk optimale hoeveelheid toezicht eigenlijk is. Wanneer kost het bezuinigen op toezicht meer dan dat het oplevert? Wat begrenst de toegevoegde waarde van toezicht?

Een manier om deze vragen te benaderen is door eerst overzicht te creëren van de huidige visies die richtinggevend kunnen zijn. Daarvoor is in een tiental semigestructureerde interviews met bestuurders, wetenschappers, toezichthouders en ondertoezichtstaanden ingegaan op het bestaansrecht van eerstelijns en tweedelijns publiek toezicht voor verschillende sectoren. Op basis van deze ronde komt dit paper tot enkele beelden.

Er is geen begin van consensus over de optimale hoeveelheid toezicht te vinden. Dat is het eerste beeld. Het tweede beeld: aan munitie geen gebrek om ofwel de noodzaak van toezicht te onderschrijven of juist de effectiviteit ervan te bekritiseren, maar zodra de discussie gevoerd wordt, leidt dat onmiddellijk tot polemiseren. Misschien tekent dat het nog onvoldoende geprofessionaliseerde toezichtsveld. Uiteenlopende visies en polemiek vormen het wankele uitgangspunt voor overheden om in deze moeilijke tijden op het bestaansrecht van publiek toezicht te reflecteren. Dit roept de vraag op hoe overheden aan burgers de keuzes vervolgens uit moeten leggen waar ze wel of geen toezicht op houden.