Toezicht & Wetenschap — Wisselwerking en stand van zaken

Delft, 26 juni 2011

Woensdag jl. nam ik formeel afscheid als hoogleraar aan de TU Delft. Mijn contract dat voor twee keer drie jaar was opgemaakt loopt per 1 juli a.s. af. Het afscheid was ingebed in een congres over toezicht en wetenschap dat vanaf dinsdagmiddag tot einde van de woensdag werd uitgevoerd. Aan het einde van mijn toespraak op dit congres, tevens mijn afscheidsrede aan de TU Delft heb ik enkele dankwoorden opgenomen – die voeg ik bij deze brief. (Zie voor het congres www.toezichtenwetenschap.nl en op die web site zijn ook foto’s van het congres opgenomen). Tevens voeg ik de tekst bij van de woorden die prof. Ko de Ridder (Rijksuniversiteit Groningen) uitsprak bij de aankondiging van mij bij de afsluiting van het congres.

Tijdens dit afscheid heb ik een boek gepubliceerd waarvan ik het eerste exemplaar op het congres aan Mr. Pieter van Vollenhoven heb aangeboden. Het boek is verschenen bij SDU Uitgevers onder de titel Inspecteren/Toezicht door Inspecties. Het boek geeft een inzicht in de onderwerpen waar ik de laatste jaren me in Delft mee heb bezig gehouden.

Met vriendelijke groet,

Ferdinand Mertens

 


 

Dank,

Met het uitspreken van deze rede komt een einde aan mijn aanstelling aan de Technische Universiteit Delft. Ik heb hier enkele jaren productief kunnen werken aan een maatschappelijk relevant thema. De samenspraak met collega’s, studenten en promovendi was inspirerend.

De veiligheidskunde, mijn thuisbasis hier in Delft, was mij, voor dat ik hier kwam, zo goed als onbekend. In de verbinding met mijn werk in de Onderzoeksraad voor Veiligheid was het een perfecte combinatie omdat de breedte die de nieuwe Onderzoeksraad voor Veiligheid nastreeft het vanzelfsprekende uitgangspunt is in de veiligheidskunde.


De laatste jaren is mijn werk onderbroken geweest door in totaal een jaar van ziekte en herstel. Dat was jammer. In en rond die tijd hebben mijn vrouw Trinette en ik ons enorm gesteund gevoeld, door collega’s en vrienden. Die periodes waren in warmte zelfs superieur aan het ‘normale leven’.

Natuurlijk ben ik de laatste jaren meer dan me lief was in het ziekenhuis geweest maar heb ik met grote aandacht gekeken naar het ziekenhuis en de verrichtingen van dokters en verpleegkundigen en heb daar ook weer veel van geleerd. Maar natuurlijk het belangrijkste was dat ze me goed geholpen hebben. Bij onze eerste sessie met de chirurgen in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) was ik zo handig bij de aanvang van het gesprek te vragen “wie maakt er hier het verslag” – dat heb ik nooit meer gedaan – maar verder denk ik alleen met respect en dankbaarheid aan het ziekenhuis terug.

Na mijn eerste ziekteperiode had ik mij voorgenomen een congres te initiëren en een boek te schrijven. Dat is helemaal gelukt – maar dat congres zou er niet gekomen zijn wanneer de spontane steun van beroepsvereniging Vide en een aantal collega’s mijn werk overgenomen hebben op het moment dat ik het niet meer kon. Fantastisch!

Ik sluit hiermee een periode af. Wat het betekent voor mijn verdere activiteiten weet ik nog niet. Voorlopig nog niet zo veel.

 


Laudatio van prof. Ko de Ridder,

Voorafgaand aan de afscheidsrede van

Ferdinand Mertens als hoogleraar aan de TU Delft

Wij zijn nu toegekomen aan het laatste onderdeel van dit congres. Dit congres was een ‘joint venture’ van VIDE, de beroepsvereniging van inspecteurs en toezichthouders, en de TU Delft. De TU Delft, omdat dit congres vooral ook de afronding is van vijf jaar hoogleraarschap toezicht van Ferdinand Mertens.

Wij kennen allen Ferdinand Mertens, de inspecteur generaal, de kritisch-betrokken wetenschapper, de bevlogen docent, de gezaghebbende analyst en adviseur en wij zijn er ons van bewust dat de man die vandaag afscheid neemt van de academie, als geen ander de verpersoonlijking is van de verbinding van twee werelden, die van de praktijk, met name de toezichtspraktijk, en die van de wetenschap.

Malcolm Sparrow noemde Ferdinand gisteren een bridger, een bruggenbouwer, een verbinder…  en daar ben ik het helemaal mee eens. Voortdurend, maar zeker ook gedurende zijn hoogleraarschap, heeft hij mensen bij elkaar gebracht, mensen met enthousiasme voor de bestudering en voor de praktijk van het toezicht. Het gegeven dat wij deze dagen met zo velen waren, is niet in de laatste plaats ook hier aan te danken.

Maar ik zou nog een stap verder willen gaan: professor Mertens is zelf een brug.

In zijn leven en werken zijn theorie en praktijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, zonder compromissen, zonder dat één van beide daardoor verwaterde.

Zijn wetenschappelijk werk is gevoed door zijn kennis van de praktijk, en zijn praktisch handelen is geleid door zijn wetenschappelijk inzicht. En de relatie tussen kennis en praktisch handelen is iets dat hem zijn hele carrière heeft gefascineerd.

Laat ik u een voorbeeld geven.

In 1981 promoveerde Ferdinand Mertens op een proefschrift met de titel: Stages in een beroepsopleiding: het praktijkjaar van het hoger technisch onderwijs. Zijn promotor was A.D. de Groot, leerpsycholoog en een van de grote Nederlandse wetenschappers van de vorige eeuw. Voor de jongeren onder u: de CITO toets danken wij aan de Groot.

Ferdinand maakte deel uit van een groepje leerlingen van de Groot – de School van de Groot. En zoals Ferdinand mij eens vertelde, in dat groepje was het een sport om zoveel mogelijk vanzelfsprekendheden ter discussie te stellen. Een zo’n vanzelfsprekendheid was, dat men veel kon opsteken van ervaring: ondervinding is immers de beste leermeester. Vandaar bijvoorbeeld dat stages in het hoger technisch onderwijs heel belangrijk werden gevonden. De Groot stimuleerde Ferdinand om deze vanzelfsprekendheid kritisch te bezien. Wat leert men eigenlijk van de praktijk? Onder welke omstandigheden? Wat is de relatie tussen wat men op school leert en wat in de praktijk? De beantwoording van deze en dergelijke vragen resulteerde in het genoemde proefschrift.

Laat ik u nog een ander voorbeeld geven. Ferdinand vertelde mij eens dat hij het niet zo had op Karl Popper - dat verbaasde mij een beetje omdat ik altijd meende dat de School van de Groot (Popper) zo’n beetje dreef op Popperiaanse denkbeelden. Het bleek echter dat hij zich wel veel bezig houdt met de Wiener Kreis, waaruit ook Popper voort kwam. Zijn fascinatie met die groep geleerden en (en overigens met de cultuur van het Oosteuropese Fin de Siècle) betreft vooral Otto Neurath – aan wie Mertens nog vrij recent twee boeiende studies wijdde. Die fascinatie is niet toevallig, dunkt mij: Neurath was, anders dan bijvoorbeeld Popper, een geleerde van de daad.  Hij liet het niet bij wetenschappelijke analyses maar ging in de politiek en maakte  - in de periode voor de eerste wereldoorlog - een begin met het opzetten van een planmatige economie. Een betere samenleving is maakbaar – althans, we kunnen er aan werken. Toezichthouders doen niet anders.

Enkele jaren geleden werd Ferdinand getroffen door een ziekte, een ingrijpende ziekte. Die ziekte had tot gevolg dat zijn spraakvermogen ernstig werd beperkt. Dat heeft hem er echter niet van weerhouden te blijven spreken,. Op symposia, in colleges en leergangen en op adviesbijeenkomsten bleef hij zijn inzichten en analyses uitdragen en delen met anderen. En zo zal hij dat ook vanmiddag doen als hij ons mee neemt naar de kern van het ambacht dat hij enkele decennia heeft beoefend: inspecteren.

Vandaag nemen wij afscheid van Ferdinand Mertens, de professor. Maar zeker niet van Ferdinand Mertens de geleerde en de praktijkman. Ik zie, ongetwijfeld met u allen, met veel belangstelling uit naar wat de vertrekkende hoogleraar ons zo aanstonds zal vertellen, ongetwijfeld vanuit datzelfde perspectief, de vervlochtenheid van praktisch handelen en theoretische kennis. Ik geef nu graag het woord aan professor Mertens.

jdr 22062011

Ter gelegenheid van het verschijnen van dit boek is een interview met mij opgenomen op Science Guide onder het gastredacteurschap van Jet Bussemakers, lid van het College van Bestuur van de Hogeschool van Amsterdam.

Terug naar boven